Verpleegkundige Carine over warme zorg in de oogkliniek

Carine Nijs is verpleegkundige in de oogkliniek op campus Salvator. Voor haar dringt warme zorg zelfs door tot in de technische aspecten van haar job.

“Warme zorg? Dat begint voor mij al bij het onthaal. Komt de patiënt voor de eerste keer of is het iemand die we iedere zes weken zien? Is hij via de spoedgevallendienst doorverwezen en erg ongerust? Is het iemand die elders al onderzoeken heeft ondergaan en bij ons is voor een tweede opinie? Iedere patiënt heeft een andere verwachting en dus ook nood aan een ander onthaal.

Door goed naar de klachten van de patiënt te luisteren, kan ik inschatten welke voorbereidende oogonderzoeken ik moet doen. Niet meer dan nodig, maar wel de juiste zodat de arts een zo volledig mogelijk beeld heeft op het ogenblik dat de patiënt bij hem of haar komt. Het jaar avondonderwijs ophtalmologie dat ik in Leuven gevolgd heb, helpt me hierbij. Die extra opleiding is niet nodig, maar voor mij wel belangrijk. Het is een stukje warme zorg die ik op de andere afdelingen toch iets minder kan geven.”

 

Niet te technisch

“Veel collega’s vinden het werk in de oogkliniek te technisch. Voor mij voelt dat zeker zo niet aan. Ik programmeer alle toestellen intussen blindelings en beantwoord intussen vragen van de patiënt, stel hem gerust, geef advies, … Ik gebruik die tijd dus net om een relatie met de patiënt op te bouwen. Het geeft voldoening als ik hoor dat een chronische patiënt niet meer bang is voor bepaalde onderzoeken, of dat de kleindochter nu ook naar ons oogcentrum komt omdat hijzelf hier zo goed geholpen wordt. En heel soms is warme zorg net wat streng zijn. Bij glaucoom bijvoorbeeld telkens met eenzelfde inzet en enthousiasme herhalen dat de patiënt echt wel trouw zijn oogdruppels moet gebruiken. Dat we ons uiterste best doen om zijn huidige zicht te behouden, maar hijzelf daar ook een sleutelrol in heeft. Geen prettige boodschap, maar wel eentje die nodig is.”